Ones to Watch: Alexander del Prado
Voor de reeks Ones to Watch zetten we de spotlight op interessante makers met een connectie tot Flevoland, van nieuw talent tot meer ervaren stemmen. Deze keer: een interview met Alexander del Prado, auteur, verhalenverteller en barman bij Radio Kopstoot.
Wat is je connectie met Flevoland?
“De meest voor de hand liggende connectie: ik woon hier, ik ben hier geboren.
Vanaf mijn achttiende speelde ik ook altijd in bandjes, vooral vanuit Almere. Eerst rockbandjes, later meer country, folk en rootsachtige dingen. Uiteindelijk werd het muziek maken steeds meer liedjes schrijven, en dat liedjes schrijven werd proza schrijven.
Dat is langzaam uitgekristalliseerd tot wat het nu is: schrijven en verhalen vertellen.”
Maak je nog steeds muziek?
“Voor mezelf wel. Ik speel nog steeds graag, maar het staat niet meer centraal in mijn leven. Af en toe verzorg ik de muzikale omlijsting van Almere Vertelt bij Vis à Vis. Dat vind ik leuk om te doen. Maar uiteindelijk merkte ik dat het proza schrijven steeds belangrijker werd.”
Je hebt een roman uitgebracht, Het huis van Dantès (Uitgeverij Magonia). Voelt dat als een mijlpaal?
“Ja, absoluut. Dat die roman er überhaupt is, en dat iemand hem wilde uitgeven, betekent veel voor me. Het is een belangrijk punt in mijn leven geweest. Niet alleen vanwege het boek zelf, maar ook vanwege de weg ernaartoe en de weg daarna.”
Hoe ervaar je het schrijfproces? Is het vooral vreugde of juist een kwaal?
“Het is geen kwaal, zeker niet. Soms is het een vreugde, soms frustrerend, maar zelfs die frustratie hoort erbij.
Ik denk dat schrijven voor sommige mensen een microfoon is: je hebt iets te zeggen en gebruikt het om dat naar buiten te brengen. Voor mij werkt het anders. Voor mij is schrijven meer een schep dan een microfoon. Je graaft in jezelf, en er komt iets naar boven.
Dat kan confronterend zijn, want je weet niet altijd of je opschrijft wat er werkelijk in je zit, of wat je denkt dat een roman zou moeten zijn. Maar uiteindelijk voel je wel wanneer iets klopt.
Het mooie is dat het doen zelf al waardevol is. Het werpt een bepaald licht op jezelf. Door het schrijven heb ik dingen ontdekt waarvan ik niet wist dat ze er waren.”
Werk je momenteel aan iets nieuws?
“Ja, ik werk aan een nieuwe roman. Dat neemt nu een centrale plek in mijn leven in.”
Kun je daar al iets over vertellen?
“Het is een historische roman waarin liefde en geloof een grote rol spelen. Maar verder vind ik het lastig om er te concreet over te zijn, omdat het tijdens het schrijven blijft verschuiven.
Je denkt soms dat je weet waar het over gaat, en dan ontdek je dat dat toch niet zo is. Simone Weil beschreef ooit het verschil tussen denken dat je gefluister hoort en later beseffen dat het ritselende bladeren waren. Het geluid verandert niet, maar je blik wel. Zo werkt schrijven soms ook.”
Je noemt geloof. Is dat ook persoonlijk belangrijk geworden?
“Ja, dat is het gaan worden door het schrijven. Dat is ook waarom ik schrijven zie als graven. Ik heb tijdens het schrijven dingen in mezelf ontdekt waarvan ik niet wist dat ze er zaten.
Ik denk niet dat ik daar op een andere manier achter was gekomen.”
Wanneer begon schrijven een grote rol te spelen in je leven?
“Het schrijven is er eigenlijk altijd geweest. Dagboeken, losse teksten, pogingen tot gedichten. Als kind voelde ik al dat het iets bijzonders was.
En toen ik las, maakte het niet uit wat het was — een detective roman of een literair werk — ik had altijd het besef: iemand heeft dit gemaakt, en dat wilde ik ook kunnen. Misschien kon ik het leren.”
Je hebt ook aan de HKU gestudeerd. Heeft dat je gevormd als schrijver?
“Zeker. Ik deed Writing for Performance. Je maakt daar veel meters: je leest veel, schrijft veel en wordt gedwongen na te denken over wat je mooi vindt en waarom.
Je komt in aanraking met schrijvers en tradities waar je anders misschien niet snel bij was gekomen. Tsjechov, Griekse tragedies… Iedereen heeft daar denk ik iets aan.
En uiteindelijk leer je ook van andere schrijvers. De schrijvers van wie ik hou voelen op een bepaalde manier als leermeesters.”
Zie je Flevoland ook inhoudelijk terug in je werk?
“Ja, zeker. Ik heb geschreven over de geschiedenis van de Zuiderzee, dat blijft me fascineren.
Maar belangrijker is misschien het verlangen. Dat verlangen naar iets wat er niet is. Naar het oude, het schone, het onbereikbare. En ik denk dat dat sterk verbonden is met opgroeien in Flevoland.”
Ik hoorde ooit iemand zeggen dat Amerikanen misschien optimistischer zijn omdat ze niet omringd zijn door duizenden jaren geschiedenis die hun neerdrukt. Flevoland heeft misschien ook iets van zo’n nieuwe wereld.
“Ja, daar kan ik helemaal in meegaan. Ik verlang juist naar die historische zwaarte. Naar het oude, het schone, het gevoel dat een plek al eeuwen bestaat. In Amsterdam of Utrecht voel ik dat meteen. Juist doordat dat hier minder aanwezig is in Flevoland, ontstaat er een soort verlangen, en ik denk dat dat verlangen goed werkt voor wat ik schrijf.”
Is er nog iets dat je wilt toevoegen?
“Ik heb lang gemist dat er in Almere mensen zijn met wie je echt over literatuur kunt praten. Niet alleen mensen die begrijpen dat jij ervan houdt, maar mensen die dezelfde liefde delen.
Die heb ik uiteindelijk gevonden in Amsterdam en Utrecht, bij literaire avonden. Dat is van grote waarde geweest voor mijn makerschap.
Maar tegelijkertijd denk ik ook: Almere is geen kleine stad. Het kan bijna niet dat ik de enige ben die van Dostojewski houdt. Ik zie dat die boeken verkocht worden in de lokale boekhandel. Dus: zoek elkaar op!”
